ECLI:NL:CRVB:2017:3371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.H.M. van de Ven
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwijgen onroerend goed en erfdienstbaarheid
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 1997, maar deze werd ingetrokken wegens het niet melden van onroerend goed in Turkije. Een onderzoek van de Regionale Sociale Dienst en het Bureau Attaché in Ankara wees uit dat appellante een zakelijk recht op een perceel grond had, inclusief een erfdienstbaarheid die op geld waardeerbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Appellanten voerden aan dat zij de inlichtingenplicht niet hadden geschonden en dat de verjaringstermijn was verstreken, maar dit werd verworpen omdat zij op het aanvraagformulier onjuist hadden geantwoord.
Verder stelde appellanten dat een erfdienstbaarheid geen op geld waardeerbaar vermogensbestanddeel is, maar de Raad oordeelde dat dit wel het geval is, mede omdat er een woning en werkplaats op het perceel zijn gevestigd en belasting wordt betaald. De poging om de waarde van het onroerend goed te bepalen met een inflatierekenprogramma faalde door gebrek aan bewijs. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verzwijging van onroerend goed en erfdienstbaarheid wordt bevestigd.