ECLI:NL:CRVB:2017:3407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij pgb terugvordering
Appellante maakte bezwaar tegen een terugvordering van haar persoonsgebonden budget (pgb) door het Zorgkantoor, maar diende dit bezwaar te laat in. Het Zorgkantoor verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank stelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was om tijdig bezwaar te maken of hulp in te schakelen, en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar slechte gezondheid en moeilijke privéomstandigheden de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellante zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening en dat er geen grond was om te concluderen dat zij niet in staat was om bezwaar te maken of hulp te zoeken. Daarom werd het hoger beroep verworpen.
De Raad hoefde daardoor niet inhoudelijk te oordelen over de vaststelling en terugvordering van het pgb. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.