ECLI:NL:CRVB:2017:3433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 1996 met onderbrekingen bijstand op grond van de WWB. In 2010 trok het college de bijstand in vanwege een vermeende gezamenlijke huishouding zonder melding, wat later door de Raad werd herroepen wegens onvoldoende feitelijke grondslag.
Na herroeping onderzocht het college opnieuw het recht op bijstand vanaf 4 maart 2010, waarbij appellante niet tijdig of volledig de gevraagde gegevens verstrekte. Uit bankafschriften bleek geen betaling voor gas, water en elektriciteit en weinig uitgaven voor levensonderhoud, wat het college deed concluderen dat appellante niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
Appellante voerde aan dat zij niet kon voldoen aan de inlichtingenplicht vanwege het verstrijken van tijd en onmogelijkheid tot het aanleveren van stukken, maar de Raad oordeelde dat het college voldoende gelegenheid had geboden en dat de bewijslast voor het intrekken bijstand bij het college lag. De Raad bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende medewerking en het niet aannemelijk maken van bijstandbehoevende omstandigheden.