ECLI:NL:CRVB:2017:3503
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor woninginrichting
Verzoeker ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en huurt sinds november 2016 een gemeubileerde zelfstandige woonruimte. Hij heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van eerste huur, waarborgsom en woninginrichting, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn afgewezen. De bezwaren tegen deze besluiten zijn eveneens ongegrond verklaard.
Verzoeker is in hoger beroep gegaan tegen de afwijzing van de bijzondere bijstand voor woninginrichting en heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Hij stelt dat bijzondere omstandigheden maken dat de kosten niet uit het ter beschikking staande inkomen kunnen worden voldaan en dat hij op de grond slaapt omdat hij geen bed kan betalen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het enkele feit dat verzoeker op de grond slaapt geen actueel spoedeisend belang oplevert dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Ook de stelling dat de situatie desastreuze gevolgen zal hebben is onvoldoende onderbouwd. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor bijzondere bijstand woninginrichting wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.