ECLI:NL:CRVB:2017:3510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens onbekendheid met aangetekend besluit
Appellanten ontvingen bedrijfskrediet op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Het college van burgemeester en wethouders van Helmond vorderde dit krediet inclusief rente terug via een besluit van 18 december 2013. Appellanten maakten bezwaar tegen dit terugvorderingsbesluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
In hoger beroep stelden appellanten dat zij het terugvorderingsbesluit nooit hadden ontvangen en dat het college niet had aangetoond dat het besluit daadwerkelijk was verzonden. De Raad onderzocht de aangetekende verzending en constateerde dat hoewel het besluit was aangeboden aan PostNL, het college niet kon aantonen dat het besluit daadwerkelijk aan appellanten was aangeboden, mede doordat PostNL na een jaar geen gegevens meer had.
De Raad oordeelde dat het college onvoldoende bewijs had geleverd dat het besluit was ontvangen door appellanten. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat appellanten in verzuim waren met hun bezwaar. Daarom moest de niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op opnieuw op het bezwaar te beslissen, met vergoeding van de proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het bezwaar wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen.