ECLI:NL:CRVB:2017:3523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant meldde zich ziek wegens psychische problematiek en moeheidsklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant geen beperkingen had die recht gaven op een uitkering. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep bij de rechtbank.
Appellant voerde aan dat hij diverse klachten had en verwees naar medische stukken, waaronder een rapport uit 2012. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen medische gegevens waren die twijfel opriepen over de beoordeling van het UWV. De Raad liet nieuwe medische stukken die laat werden ingediend buiten beschouwing.
De Raad concludeerde dat appellant geen beperkingen had op de datum in geding en wees het verzoek om een onafhankelijk deskundigenonderzoek af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.