ECLI:NL:CRVB:2017:3564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-wonen op uitkeringsadres
Appellant ontvangt sinds 1999 bijstand en staat vanaf mei 2012 ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een melding dat appellant niet op dat adres woonde, voerde de gemeente Amsterdam een onderzoek uit met dossieronderzoek, getuigenverklaringen en buurtonderzoeken.
Het college besloot de bijstand over de periode mei 2012 tot november 2013 te herzien en de kosten van bijstand terug te vorderen omdat appellant zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betwist appellant dit en voert onder meer psychiatrische problematiek en onzorgvuldigheid van het onderzoek aan. De Raad oordeelt dat het college voldoende feitelijke grondslag heeft voor het besluit, onder meer op basis van verklaringen van buurtbewoners en huurders, en dat het onderzoek zorgvuldig was. Het verzoek appellant alsnog stukken in te laten brengen wordt afgewezen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.