ECLI:NL:CRVB:2017:3585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens schouderklachten en andere gezondheidsproblemen. Het UWV wees de aanvraag af na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische situatie was verbeterd na een operatie en fysiotherapie en dat de beperkingen voldoende in kaart waren gebracht.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onvolledig waren weergegeven, met name ten aanzien van schouder-, nek- en knieklachten, alsmede psychische klachten. De Raad overwoog dat de medische gegevens geen aanwijzingen gaven voor knieklachten rond de datum in geding en dat de psychische klachten niet waren onderbouwd. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens als passend beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep grotendeels een herhaling van eerdere gronden betrof en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om het oordeel van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige te wijzigen, en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde beperkingen.