ECLI:NL:CRVB:2017:3594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding Thomapyrin Intensiv wegens ontbreken medische noodzaak voor dienstverbandaandoening
Appellant, voormalig dienstplichtig marinier in Nederlands-Indië, verzocht om vergoeding van het geneesmiddel Thomapyrin Intensiv voor hoofdpijnklachten die hij in verband brengt met een onderhuids metaaldeeltje in zijn hoofd. De minister van Defensie wees dit verzoek af omdat het middel aspecifiek pijnstillend is en de klachten niet gerelateerd zijn aan de dienstverbandaandoening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwees naar een eerdere uitspraak van de Raad waarin werd geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat het metaaldeeltje tijdens de diensttijd in het hoofd is gekomen. De Raad bevestigt deze beoordeling en ziet geen aanleiding om anders te oordelen of een bewijsopdracht aan de minister te geven.
Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de afwijzing van de vergoeding blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de vergoeding voor Thomapyrin Intensiv wegens het ontbreken van medische noodzaak voor de dienstverbandaandoening.