ECLI:NL:CRVB:2013:2527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verhoging militair pensioen wegens ontbreken causale invaliditeit
Appellant diende van september tot december 1947 als dienstplichtig marinier in het voormalig Nederlands-Indië en ontving sinds 1996 een militair invaliditeitspensioen van 60% wegens psychische klachten die in causaal verband staan met zijn diensttijd. In 2006 verzocht hij om verhoging van dit pensioen, maar na psychiatrisch onderzoek werd het invaliditeitspercentage vastgesteld op 10%, waarna zijn verzoek in 2008 werd afgewezen.
De rechtbank vernietigde deze afwijzing in 2009 omdat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar hoofdpijnklachten en een metaaldeeltje in het hoofd van appellant, dat mogelijk verband hield met zijn diensttijd. De minister voerde aanvullend onderzoek uit en handhaafde het besluit tot afwijzing in 2010.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat de minister het bestaan van het metaaldeeltje betwistte, maar vond geen aannemelijk verband tussen het metaaldeeltje en de diensttijd. Appellant stelde dat het metaaldeeltje door een explosie tijdens zijn diensttijd was ontstaan en bepleitte omkering van de bewijslast.
De Raad overwoog dat de minister de primaire bewijsopdracht heeft en dat appellant onvoldoende aanwijzingen heeft geleverd om het verband aannemelijk te maken. Het langdurige tijdsverloop en het ontbreken van meldingen over een explosie ondersteunen dit oordeel. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag tot verhoging van het militair pensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van aannemelijk verband tussen het metaaldeeltje en de diensttijd.