ECLI:NL:CRVB:2017:3601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens voorzienbare verhuizing
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van het opknappen, stofferen en inrichten van zijn woning na verhuizing. Het college wees de aanvraag af omdat de verhuizing sinds eind 2008 voorzienbaar was en appellant een inkomen had boven de norm, waardoor hij had kunnen reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep stelt appellant dat hij onvoldoende tijd had om te reserveren omdat hij pas vanaf april 2013 aanvullende bijstand ontving en daarvoor een lager inkomen had. Ook voerde hij aan dat schulden hem verhinderden te reserveren.
De Raad oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn in de zin van de WWB, omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellant niet met objectieve gegevens heeft onderbouwd dat hij niet kon reserveren. Schulden vormen volgens vaste rechtspraak geen bijzondere omstandigheid. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellant voldoende tijd had om te reserveren.