ECLI:NL:CRVB:2017:3623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA-uitkering en ingangsdatum
Appellante, werkzaam als kapster, viel op 12 maart 2008 uit en diende op 8 augustus 2012 een aanvraag in voor een WIA-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van 27 september 2012 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Het bezwaar hiertegen werd op 6 maart 2013 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit van 6 maart 2013, omdat het UWV dit besluit niet langer handhaaft. Wel handhaaft de Raad het latere besluit van 16 november 2016 waarin het UWV de ingangsdatum van de uitkering vaststelt op 8 augustus 2011, een jaar voor de aanvraagdatum. Appellante stelde dat zij eerder recht had op de uitkering omdat zij al in 2011 twee Wajong-aanvragen had gedaan en het UWV haar niet adequaat had geïnformeerd over de WIA-mogelijkheid.
De Raad oordeelt dat het UWV de attenderingsbrief correct naar het bij de Basisregistratie Persoonsgegevens geregistreerde adres heeft gestuurd, ook al woonde appellante daar niet daadwerkelijk. Dit risico ligt bij appellante. Verder is geen sprake van een bijzonder geval dat een eerdere ingangsdatum rechtvaardigt, ondanks haar moeilijke levensperiode. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en wijst het beroep op de ingangsdatum af.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.