ECLI:NL:CRVB:2017:3679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens onjuiste grondslag en bevestiging intrekking over werkperiode
Appellant ontving bijstand vanaf september 2013. Naar aanleiding van vermoedens over onjuiste opgave van zijn woonsituatie en vermeende werkzaamheden in Noord-Ierland, startte de gemeente Den Haag een onderzoek. Appellant werd verzocht diverse bewijsstukken te overleggen, waaronder bankafschriften en arbeidsgegevens. Omdat appellant niet alle gevraagde gegevens verstrekte, werd de bijstand vanaf 1 maart 2015 opgeschort en later ingetrokken.
Uit onderzoek van het Internationaal Bureau Fraude-Informatie bleek dat appellant van december 2013 tot februari 2014 bij een bedrijf in Noord-Ierland werkte en daarvoor loon ontving. Het college trok daarom de bijstand over die periode in en vorderde kosten terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de intrekking per 1 maart 2015 onterecht is omdat het ontbreken van bankafschriften over een eerdere periode geen grondslag biedt voor intrekking. De Raad vernietigt dit besluit en herroept de intrekking. De intrekking over de periode van werkzaamheden in Noord-Ierland wordt bevestigd omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij niet werkte. De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Intrekking bijstand per 1 maart 2015 vernietigd, intrekking over werkperiode bevestigd.