ECLI:NL:CRVB:2017:3685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerker verkoop binnendienst, viel in juli 2010 uit wegens pijnklachten aan de rechterarm. Het UWV kende haar vanaf juli 2012 een loongerelateerde WGA-uitkering toe op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid.
Na een herbeoordeling in 2014, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de belastbaarheid en verdiencapaciteit onderzochten, stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waardoor het recht op de WGA-uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd op basis van dossierstudie, mede omdat appellante afzag van een spreekuurcontact. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat de belastbaarheid op inzichtelijke wijze was vastgesteld en dat de functies passend waren. Er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering wordt bevestigd.