ECLI:NL:CRVB:2017:3691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was productiemedewerker en viel uit wegens lichamelijke klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Na een herbeoordeling in 2015 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot 6,98% en beëindigde de WIA-uitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat haar medische situatie verslechterd was en zij volledig arbeidsongeschikt bleef. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de verzekeringsarts de klachten voldoende had meegewogen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad concludeerde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden gedaan, de medische informatie van behandelend artsen hadden betrokken en dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat appellante niet in staat was de geschatte functies te vervullen. De Raad zag geen reden tot het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling.