Uitspraak
.
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2011 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Uit een onderzoek bleek dat tussen 1 januari 2014 en 31 maart 2015 meerdere stortingen en bijschrijvingen op haar bankrekening plaatsvonden, afkomstig van haar schoonzoon en dochter. Deze bedragen heeft appellante niet gemeld bij het college van burgemeester en wethouders van Leiden.
Het college heeft daarop de bijstand herzien en teruggevorderd over de betreffende periode, omdat appellante vrijelijk over deze bedragen kon beschikken en deze als inkomen moesten worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het feit dat de bankrekening op naam van appellante staat, de veronderstelling rechtvaardigt dat het tegoed onderdeel is van haar middelen. Appellante kon ondanks haar analfabetisme en digibeetheid vrijelijk over de middelen beschikken, ook al werd de rekening beheerd door haar dochter en schoonzoon. Het beroep faalt en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten.