ECLI:NL:CRVB:2015:1450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht en verblijf buitenland
Appellant ontving bijstand vanaf 2001, laatstelijk op grond van de WWB. Naar aanleiding van vermoedens over verblijf buiten Almere en frequente contante kasstortingen op zijn bankrekeningen, startte de gemeente Almere een onderzoek. Dit leidde tot intrekking van de bijstand vanaf 7 juli 2006 en terugvordering van €68.057,37.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de kasstortingen als inkomsten moeten worden aangemerkt en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet over deze middelen kon beschikken. Tevens heeft appellant niet voldaan aan zijn inlichtingenplicht over zijn verblijf in het buitenland, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland. Het college was bevoegd tot intrekking en terugvordering, en appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat terugvordering tot onaanvaardbare financiële consequenties leidt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.