Uitspraak
OVERWEGINGEN
WGA-uitkering.
14 mei 2014 ten onrechte niet in aanmerking is gebracht voor een IVA-uitkering.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht het UWV om een IVA-uitkering op grond van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid vanaf 14 mei 2014. Het UWV wees dit verzoek af omdat uit medisch onderzoek bleek dat appellant nog behandeld werd voor psychische klachten en er een redelijke verwachting was van verbetering van zijn belastbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, waarbij zij het standpunt van het UWV onderschreef dat er een voldoende medische grondslag was voor de prognose dat verbetering mogelijk is. In hoger beroep voerde appellant aan dat deze inschatting onjuist was, onderbouwd met een rapport van een verzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, waarin een multidisciplinaire revalidatie wordt voorgesteld, een voldoende onderbouwing biedt voor de verwachting van verbetering. Het rapport van de door appellant ingeschakelde arts kan dit oordeel niet weerleggen. Er is onvoldoende aangetoond dat appellant medische redenen heeft om de behandelmogelijkheden niet te kunnen benutten.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Tevens wordt het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de IVA-uitkering bevestigd.