Uitspraak
16.7142 ZW
OVERWEGINGEN
SBC-codes 111180 en 267050. Deze functies zijn volgens appellante in het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) ten onrechte niet geclusterd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als medewerkster huishoudelijke zorg en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde in een eerstejaars Ziektewet-beoordeling vast dat zij belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank, stelde het UWV opnieuw vast dat appellante meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen met passende functies, waardoor zij geen recht meer heeft op ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de belastbaarheid juist was vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat bepaalde functies ten onrechte niet waren geclusterd, maar de Raad oordeelde dat dit geen aanleiding gaf om het besluit te wijzigen.
De Raad onderschreef de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de motivering van de arbeidsdeskundige. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; appellante heeft geen recht meer op ziekengeld en verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.