ECLI:NL:CRVB:2017:3851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering Ziektewet-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering van 2 januari 2014 tot en met 23 oktober 2014. Het UWV stelde bij een werkplekcontrole vast dat appellant werkzaamheden verrichtte voor een stichting zonder dit te melden, wat leidde tot herziening en terugvordering van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, omdat uit het onderzoek bleek dat appellant meerdere malen had verklaard werkzaamheden te verrichten en inkomsten te genieten, terwijl hij tegenover de arbodienst aangaf niet te kunnen werken. Appellant betwistte de waarde van zijn verklaring tijdens de werkplekcontrole, maar dit werd verworpen.
In hoger beroep erkende appellant de schending van de inlichtingenplicht, maar voerde aan slechts vrijwilligerswerk te hebben gedaan zonder inkomsten. De Raad oordeelde dat de verklaring tijdens de werkplekcontrole en het onderzoeksrapport voldoende bewijs vormden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de Ziektewet-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden wordt bevestigd.