ECLI:NL:CRVB:2017:386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet doorgeven inkomsten pgb
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, maar het college trok deze bijstand in en vorderde kosten terug omdat zij inkomsten uit het persoonsgebonden budget (pgb) van haar minderjarige zoon niet had doorgegeven. Appellante stelde dat zij de pgb-gelden niet als eigen inkomsten had genoten, maar deze aan een zorgverlener contant had uitbetaald.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het pgb niet tot haar middelen behoorde, mede omdat de door haar overgelegde kwitanties niet objectief en verifieerbaar waren en de contante opnames niet overeenkwamen met de kwitanties. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af.
De Raad benadrukt dat het college terecht heeft geoordeeld dat appellante kon beschikken over de pgb-gelden en dat de aanvraag bijstand daarom terecht is afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.