ECLI:NL:CRVB:2017:3939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering met correcte ingangsdatum na bezwaarprocedure
Appellante, laatst werkzaam als productiemedewerkster, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35,23%. Het UWV besloot deze uitkering te beëindigen en over te gaan tot een WGA-vervolguitkering, welke later werd ingetrokken wegens een nieuwe arbeidsongeschiktheidspercentage van 26,76%.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij zij het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV onderschreef. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar belastbaarheid werd overschat en dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch oordeel juist was en dat er geen aanwijzingen waren dat appellante de functies niet kon vervullen. Wel werd geoordeeld dat de intrekking van de uitkering niet eerder dan zes weken na de bekendmaking van het bezwaarbesluit kon ingaan, waardoor de beëindiging per 14 maart 2016 onjuist was. De Raad stelde de beëindiging vast per 15 maart 2016 en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De WGA-vervolguitkering van appellante wordt beëindigd per 15 maart 2016 in plaats van 14 maart 2016.