ECLI:NL:CRVB:2017:3966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering
Betrokkene, een voormalige beveiligingsbeambte, viel in 2009 uit voor haar werk en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 2011. Na een herbeoordeling stelde het Uwv vast dat zij vanaf 2013 geen recht meer had op een WIA-uitkering, waarna betrokkene bezwaar maakte met medische onderbouwing over psychische problematiek.
Het Uwv verklaarde het bezwaar gegrond en kende een WGA-loonaanvullingsuitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid. Appellante stelde dat betrokkene recht had op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid, hetgeen de rechtbank en nu ook de Raad niet volgden. De verzekeringsarts concludeerde dat de situatie niet duurzaam was vanwege mogelijke verbetering door therapie.
De Raad bevestigde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is in de zin van de Wet WIA, mede door onvoldoende adequate behandeling en de mogelijkheid van herstel. Hoewel het bestreden besluit niet volledig gemotiveerd was, werd dit niet als nadelig voor appellante gezien. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De IVA-uitkering wordt terecht geweigerd omdat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is; het Uwv wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.