ECLI:NL:CRVB:2017:4037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij éénoudertoeslag
Appellante kreeg een toeslag voor een één-oudergezin toegekend op grond van de Wet studiefinanciering 2000, die de minister later herzag en terugvordering instelde over de periode september 2013 tot augustus 2014. Appellante diende haar bezwaar tegen deze terugvordering te laat in. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellante voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege wisselende correspondentiekanalen van DUO en dat het besluit ook per post had moeten worden verzonden. Tevens stelde zij dat zij voldeed aan de voorwaarden voor de toeslag en dat de niet-ontvankelijkverklaring tot ongerechtvaardigde verrijking zou leiden.
De Raad oordeelde dat appellante bewust had gekozen voor digitale ontvangst via 'Mijn DUO' en dat het besluit op de juiste wijze digitaal was bekendgemaakt. Het betoog dat het besluit ook per post had moeten worden verzonden werd verworpen. Ook het argument dat zij geen reden had om 'Mijn DUO' te raadplegen faalde, omdat het besluit tot omzetting van de prestatiebeurs in een gift pas na het bestreden besluit was genomen.
Daarom kwam de Raad niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het bezwaar en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.