ECLI:NL:CRVB:2017:4046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van oordeel dat medisch onderzoek UWV zorgvuldig en volledig is bij beoordeling geschiktheid arbeid
Appellante was werkzaam als facilitair manager en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Na meerdere ziekmeldingen met rugklachten werd zij per 14 januari 2013 hersteld verklaard. Na een val in november 2013 meldde zij zich opnieuw ziek met toegenomen klachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat zij per 17 maart 2014 geschikt was voor haar arbeid en beëindigde haar Ziektewet-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende waarde hechtte aan de diagnose van haar behandelend arts en dat haar gezondheidstoestand was verslechterd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij dossierstudie, spreekuurbezoeken en recente huisartsinformatie waren betrokken. De Raad vond geen medische informatie die een onjuiste medische situatie of toegenomen beperkingen aantoonde. De conclusie dat appellante geschikt is voor haar arbeid werd bevestigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 17 maart 2014 wordt bevestigd.