ECLI:NL:CRVB:2014:2220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na herbeoordeling arbeidsvermogen productiemedewerker tuinbouw
Appellant, voorheen werkzaam als productiemedewerker tuinbouw, meldde zich ziek vanwege een hartaanval en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek concludeerde het UWV dat appellant vanaf 21 mei 2012 weer geschikt was voor zijn werk en beëindigde het ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn fysieke en psychische beperkingen werden onderschat en dat zijn werk zwaarder was dan door het UWV aangenomen. Hij stelde dat hij door zijn beperkingen niet in staat was het werk te verrichten.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht was uitgegaan van de werkbelasting zoals vastgesteld door de bezwaararbeidsdeskundige, waarbij de fysieke belasting, risico’s op verwondingen en temperatuur in de kas voldoende waren gemotiveerd weerlegd. De medische rapporten boden een voldoende grondslag om te concluderen dat appellant geschikt was voor zijn functie.
Omdat appellant geen aanvullende arbeidskundige of medische stukken overlegde, werd het oordeel van de rechtbank bevestigd dat appellant vanaf 21 mei 2012 in staat was de maatgevende arbeid te verrichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en beëindiging ziekengeld per 21 mei 2012 bevestigd.