ECLI:NL:CRVB:2017:405
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek inzake WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van 2 juli 2014, waarin zijn beroep tegen het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen, werd afgewezen. Het UWV had geweigerd een uitkering toe te kennen omdat verzoeker niet alle benodigde stukken had overgelegd.
Verzoeker stelde dat hij ernstig ziek is geworden tijdens zijn werkzaamheden in Nederland en daardoor niet in staat is te werken. De Raad heeft onderzocht of dit verzoek om herziening voldoet aan de voorwaarden van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die herziening mogelijk maakt op grond van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad concludeert dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan deze criteria voldoen. Het verzoek om herziening is daarom afgewezen. Tevens is overwogen dat artikel 8:75 van Pro de Awb niet van toepassing is in deze zaak.
De uitspraak is gedaan door L. Koper, in aanwezigheid van griffier N. Veenstra, en uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2017.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.