ECLI:NL:CRVB:2017:4066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf verplaatsing wegens plichtsverzuim en grensoverschrijdend gedrag
Appellant, werkzaam bij Defensie, gebruikte fysiek geweld tegen zijn partner op 8 april 2016 en vertoonde onverantwoordelijk gedrag door haar in de nacht van 16 op 17 april 2016 alleen achter te laten op een onveilige locatie. Na intern onderzoek en een schorsing legde de minister van Defensie hem een disciplinaire straf van verplaatsing op wegens plichtsverzuim.
Appellant maakte bezwaar tegen deze straf, maar dit werd door de minister ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen het besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het interne onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beschikbare verklaringen en bewijsmiddelen voldoende overtuigend waren om plichtsverzuim vast te stellen.
De Raad oordeelde dat het grensoverschrijdend gedrag, ondanks dat het zich in de privésfeer afspeelde, een negatieve weerslag heeft op de positie van appellant binnen Defensie en het aanzien van de organisatie schaadt. De opgelegde straf van verplaatsing werd als evenredig beschouwd gezien de ernst van het plichtsverzuim en de impact binnen de kleine gemeenschap. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De disciplinaire straf van verplaatsing wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.