ECLI:NL:CRVB:2017:4079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, die zich wegens psychische en lichamelijke klachten arbeidsongeschikt acht, heeft bezwaar en beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering niet te wijzigen. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken stelde het UWV vast dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet significant was gewijzigd en dat de geselecteerde functies passend waren.
De rechtbank heeft het besluit van het UWV bevestigd, waarbij zij oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant voldoende waren onderbouwd. De aanscherping van de Functionele Mogelijkhedenlijst leidde tot het vervallen van één functie, maar er bleven voldoende passende functies over.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald en verzocht om inschakeling van een onafhankelijke deskundige. De Centrale Raad van Beroep heeft dit verzoek afgewezen, omdat de diagnose van de verzekeringsartsen overeenkomt met die van de behandelaars en de beperkingen adequaat zijn vastgesteld.
De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht ongewijzigd is vastgesteld.