ECLI:NL:CRVB:2017:4081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief UWV over verlaging WIA-uitkering
Appellante ontvangt sinds 20 mei 2013 een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, uitbetaald door het UWV. Op 29 juni 2015 heeft de eigenrisicodrager, Stichting [naam stichting], appellante geïnformeerd over een verlaging van haar uitkering met 20% voor de periode van 1 juli tot en met 31 augustus 2015 wegens het niet naleven van re-integratieverplichtingen.
Het UWV stuurde op 2 juli 2015 een brief waarin het eveneens melding maakte van deze verlaging. Appellante maakte bezwaar tegen de brief van het UWV, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brief niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kon worden aangemerkt. De eigenrisicodrager was bevoegd de maatregel op te leggen en het UWV voerde deze slechts uit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam dat de brief van het UWV slechts informatief was en geen besluit vormde. Het besluit tot verlaging van de uitkering is genomen door de eigenrisicodrager, die ook een bezwaarclausule heeft opgenomen. Appellante kan tegen dat besluit rechtsmiddelen aanwenden. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van het UWV is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brief geen besluit is in de zin van de Awb.