De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van het UWV van 13 maart 2015 waarin werd geoordeeld dat appellant niet is aangewezen op werk in beschutte omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en het UWV opdracht gegeven nader onderzoek te doen.
Het UWV heeft vervolgens rapporten van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige overgelegd, waarin werd bevestigd dat appellant begeleiding nodig heeft, maar dat dit niet binnen een beschutte werkomgeving zou vallen. De Raad oordeelt echter dat het UWV in essentie slechts het eerdere standpunt heeft herhaald zonder nieuwe motivering.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering over de vraag of appellant aangewezen is op werk in beschutte omstandigheden. Tevens worden de proceskosten van appellant vergoed.