ECLI:NL:CRVB:2017:4085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering na hernieuwd arbeidskundig onderzoek
De zaak betreft het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV van 15 maart 2017, waarin het bezwaar tegen het eerdere besluit van 10 februari 2014 ongegrond werd verklaard. De Centrale Raad van Beroep had bij uitspraak van 30 december 2016 de medische grondslag van het besluit onderschreven, maar de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende gemotiveerd bevonden en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Naar aanleiding hiervan heeft het UWV een nieuw arbeidskundig onderzoek verricht waarbij de functie productiemedewerker industrie als passend werd geselecteerd, naast andere functies. De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is (33,91%) per 18 december 2012, wat betekent dat geen recht op WIA-uitkering is ontstaan.
Appellant betwistte de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de geschiktheid van de geselecteerde functie, maar deze bezwaren werden door de Raad verworpen. De Raad oordeelde dat de arbeidskundige grondslag nu voldoende deugdelijk en gemotiveerd is en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van 15 maart 2017 bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering per 18 december 2012.