ECLI:NL:CRVB:2017:4096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing indicatie persoonlijke verzorging klasse 6 en begeleiding
Appellant, bekend met diverse somatische aandoeningen, beschikte over een indicatie voor persoonlijke verzorging klasse 6 voor de periode van 7 mei 2014 tot 6 mei 2029. Op 25 juli 2014 vroeg appellant bij het CIZ een indicatie voor begeleiding aan. Het CIZ besloot op 2 september 2014 de indicatie voor persoonlijke verzorging te beperken tot klasse 6 tot 13 oktober 2014 en klasse 4 tot 1 maart 2015, terwijl de aanvraag voor begeleiding werd afgewezen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het CIZ verklaarde dit bezwaar op 15 oktober 2015 ongegrond, onderbouwd met een medisch advies. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en appellant geen nieuwe medische informatie had aangeleverd die aanleiding gaf tot twijfel.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden en stelde dat zijn ernstige gezondheidsproblemen, zowel psychisch als somatisch, rechtvaardigen dat hij in aanmerking komt voor persoonlijke verzorging klasse 6 en begeleiding. De Raad concludeerde echter dat appellant geen wezenlijk nieuwe gronden had aangevoerd en onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot afwijzing van de indicatie persoonlijke verzorging klasse 6 en begeleiding.