ECLI:NL:CRVB:2017:4128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beleid vestiging krediethypotheek bij hernieuwde bijstand binnen twee jaar
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) waarbij een krediethypotheek werd gevestigd op haar woning. Na intrekking van de bijstand vroeg zij opnieuw bijstand aan op grond van de Participatiewet (PW). Het college legde op grond van haar beleid de eerder gevestigde krediethypotheek opnieuw ten grondslag aan de bijstandverlening, omdat de nieuwe aanvraag binnen twee jaar na beëindiging van de eerdere bijstand plaatsvond.
Appellante stelde dat het college onterecht geen nieuwe krediethypotheek had gevestigd, met inachtneming van een lagere WOZ-waarde, en betoogde dat het college niet bevoegd was om beleidsregels te stellen op grond van artikel 50 PW Pro. De Raad oordeelde dat het college wel bevoegd is om beleid te maken over de wijze van uitvoering van de krediethypotheek en dat het beleid binnen redelijke grenzen blijft.
De Raad verwierp het beroep op bijzondere omstandigheden op grond van artikel 4:84 Awb Pro, omdat de lagere WOZ-waarde geen onevenredige gevolgen heeft ten opzichte van het doel van het beleid, namelijk duidelijkheid over het leenbedrag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het beleid van het college om bij hernieuwde bijstand binnen twee jaar de laatst gevestigde krediethypotheek toe te passen.