Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig reachtruckchauffeur, meldde zich in 2010 ziek wegens psychische klachten. Het UWV stelde in 2012 en 2013 vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Na een periode van ziektewet ontving appellant geen verdere uitkering en keerde terug naar Marokko.
In 2014 verzocht appellant om herziening van zijn WAO-uitkering, maar het UWV wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en vroeg om een deskundigenonderzoek.
De Raad toetste of het UWV terecht het verzoek afwees op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Uit medische rapporten bleek dat de door appellant aangevoerde informatie reeds was betrokken bij eerdere beoordelingen en dat er geen evidente wijziging in zijn medische toestand was. De Raad concludeerde dat het besluit niet evident onredelijk was en wees het hoger beroep af. Een deskundigenonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.