ECLI:NL:CRVB:2017:4169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij terugvordering pgb
Het Zorgkantoor verleende appellant een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2014, maar stelde dit later op nihil vast en vorderde het bedrag terug. Appellant maakte bezwaar, maar te laat. Het Zorgkantoor verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ondanks de psychische problemen van de moeder en curator van appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat de geringe termijnoverschrijding verschoonbaar moest worden geacht vanwege de psychische problemen van zijn moeder, die zijn belangen behartigde. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde en dat de overgelegde medische stukken onvoldoende waren om te concluderen dat tijdig bezwaar onmogelijk was.
De Raad benadrukte dat de relatieve kortheid van de termijnoverschrijding geen betekenis heeft bij onverschoonbaarheid. Het bezwaar werd terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.