ECLI:NL:CRVB:2017:4173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor laatst verrichte arbeid
Appellant, werkzaam als accountmanager, meldde zich ziek vanwege COPD, hartritmestoornissen en energiegebrek. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde het recht op ziekengeld per 11 juni 2015. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen, mede op grond van een verzekeringsgeneeskundig protocol.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al was een stagiair betrokken onder supervisie. De Raad onderschrijft deze beoordeling en stelt vast dat de protocollen niet van toepassing zijn op Ziektewetgeschillen. De medische gegevens, inclusief informatie van de huisarts, tonen geen objectieve aanwijzingen voor ongeschiktheid voor de maatgevende arbeid.
Het verzoek van appellant om een onafhankelijk deskundige te raadplegen wordt afgewezen. Ook het verzoek om vergoeding van schade en proceskosten wordt niet toegewezen. De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.