ECLI:NL:CRVB:2017:4181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen
Appellante, die sinds 2006 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering toegekend. Na een herkeuring op verzoek van haar voormalige werkgever stelde het UWV vast dat zij geschikt is voor bepaalde functies en beëindigde de uitkering per 1 maart 2014.
Appellante voerde bezwaar aan tegen deze beslissing, stellende dat haar beperkingen en gezondheidssituatie ernstiger waren dan vastgesteld. Medische rapporten van haar behandelaars werden ingediend, maar het UWV handhaafde het besluit na aanvullend onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de medische grondslag en de geschiktheid voor de geduide functies voldoende waren gemotiveerd. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat de beperkingen juist zijn vastgesteld.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijk deskundigenonderzoek af, omdat het verschil van mening tussen bedrijfsarts en verzekeringsartsen onvoldoende onderbouwd was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd wegens voldoende arbeidsvermogen.