ECLI:NL:CRVB:2017:4224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar in het onderwijs
Appellant was werkzaam als functionaris binnen een onderwijsstichting en kreeg meerdere disciplinaire maatregelen opgelegd vanwege plichtsverzuim. Na een incident waarbij appellant zonder overleg met leidinggevenden handelde bij het aantreffen van wapens in een jas van een leerling, en contact opnam met ouders zonder toestemming, werd hem ontslag opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn taken en bevoegdheden onvoldoende duidelijk waren en dat hij naar eer en geweten had gehandeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de functiebeschrijving en eerdere afspraken duidelijk waren en dat appellant de gedragingen terecht werden gekwalificeerd als plichtsverzuim.
De Raad vond dat appellant had moeten weten dat direct overleg noodzakelijk was bij ernstige incidenten en dat hij niet zelfstandig contact mocht opnemen met ouders. Gezien eerdere waarschuwingen en disciplinaire straffen was het ontslag niet onevenredig. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.