ECLI:NL:CRVB:2017:4256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens overschrijding inkomensnorm
Appellant, die een WAO-uitkering ontvangt, heeft op 25 februari 2015 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Participatiewet. Het Drechtstedenbestuur wees deze aanvraag af omdat het inkomen van appellant in de referteperiode hoger was dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellant stelde dat hij door de invoering van de Participatiewet benadeeld werd, omdat de bijstandsnorm voor alleenstaande ouders gelijk is gesteld aan die voor alleenstaanden en daardoor zijn inkomen boven de inkomensnorm uitkomt, terwijl hij toch tot de minima behoort. De Raad overwoog dat artikel 36 PW Pro nagenoeg gelijk is aan het oude artikel 36 WWB Pro en dat de verordening Minimabudget Drechtsteden 2015 bepaalt dat een laag inkomen niet hoger mag zijn dan 110% van de bijstandsnorm.
De Raad stelde vast dat de WAO-uitkering van appellant in 2015 hoger was dan deze norm en dat de verordening geen overgangsregeling kent. Het feit dat appellant in 2014 nog een pmb ontving onder de WWB doet hieraan niet af. Daarom is de afwijzing van de aanvraag terecht en wordt het hoger beroep afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om een individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd omdat het inkomen hoger is dan 110% van de bijstandsnorm.