ECLI:NL:CRVB:2017:4262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetebesluit wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstand
Appellant ontving bijstand en werd door het college van burgemeester en wethouders van Gouda een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting door onjuiste opgave van het woonadres. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug. Appellant maakte bezwaar tegen het intrekkingsbesluit en het boetebesluit, maar stelde geen bezwaar tegen het oorspronkelijke boetebesluit van 10 maart 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het aangepaste terugvorderingsbesluit ongegrond en oordeelde dat de boeteoplegging niet meer inhoudelijk aan de orde kon worden gesteld omdat het oorspronkelijke boetebesluit onaantastbaar was geworden. Appellant stelde in hoger beroep dat het boetebesluit herzien moest worden vanwege het ontbreken van grove schuld en een juiste berekening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant berustte in het boetebesluit en dat het college de boete terecht had vastgesteld op 75% van het benadelingsbedrag. De hoogte van de boete was correct berekend en een matiging was niet aangewezen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het boetebesluit van 10 maart 2015 wordt bevestigd.