ECLI:NL:CRVB:2017:427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoging persoonsgebonden budget bij indicatie ZZP VV5
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen het besluit van het Zorgkantoor om het verzoek tot verhoging van het persoonsgebonden budget (pgb) over 2013 af te wijzen. Betrokkene had een indicatie voor een Zorgzwaartepakket (ZZP) VV5 en verzocht om een hoger pgb, hetgeen werd geweigerd omdat de regelgeving geen mogelijkheid biedt voor meerzorg bij deze indicatie.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het Zorgkantoor ten onrechte verwees naar het CCE en de Regeling zorgaanspraken AWBZ (Rza), wat mogelijk de suggestie wekte dat een hogere financiering mogelijk was. Echter, dit leidde niet tot een gerechtvaardigd vertrouwen dat een hoger pgb zou worden toegekend. Appellante voerde aan dat zij schade had geleden door deze onjuiste voorlichting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen sprake is van ondubbelzinnige toezeggingen of een onrechtmatig besluit. De verwijzing naar de meerzorgregeling in de Rza was onjuist, maar dit rechtvaardigt geen toekenning van een hoger pgb of schadevergoeding. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van het pgb bij indicatie ZZP VV5 wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.