ECLI:NL:CRVB:2017:4308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Medeterugvordering bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding en beoordeling hoofdverblijf
Appellant en S, met wie hij twee kinderen heeft, woonden vanaf medio 2012 naar het oordeel van de Raad gezamenlijk op hetzelfde adres. S ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college vorderde deze terug omdat zij niet had gemeld dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met appellant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat pas vanaf december 2012 sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat hij slechts postadres gebruikte. De Raad oordeelde dat de concrete feiten, zoals documenten van een huisbezoek, internet- en verzekeringsgegevens en verklaringen van buurtbewoners, voldoende grondslag boden om het hoofdverblijf van appellant vanaf 1 juli 2012 op het adres van S te plaatsen.
Appellant voerde verder aan dat hij recht had op een lagere terugvordering omdat hij mogelijk recht had op bijstand als gehuwde. Hij leverde echter geen bewijs aan ter onderbouwing. Ook het beroep op dringende redenen vanwege PTSS en financiële problemen werd verworpen, omdat de medische stukken geen verband toonden tussen de terugvordering en onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding af.