ECLI:NL:CRVB:2017:4330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was werkzaam als halmedewerker en meldde zich op 29 oktober 2014 ziek met darmklachten. Het dienstverband was op 1 juli 2012 geëindigd en hij ontving een WW-uitkering. Een verzekeringsarts verklaarde appellant per 27 juli 2015 geschikt voor zijn laatst verrichte werk, waarna het UWV de Ziektewetuitkering beëindigde. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat hij nog steeds lichamelijke en psychische klachten had, waaronder frequent toiletbezoek, en dat de verzekeringsarts dit onvoldoende had meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was verricht, met inachtneming van alle medische rapporten, waaronder die van MDL-artsen en de huisarts.
De Raad stelde vast dat de huisarts de klachten als invaliderend ervaart, maar dit niet objectief heeft onderbouwd. Ook de frequentie van toiletbezoek was niet medisch bevestigd. De conclusie van de verzekeringsarts dat appellant per 27 juli 2015 geschikt was voor zijn werk werd onderschreven. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 27 juli 2015 geen recht meer had op Ziektewetuitkering na een zorgvuldig medisch onderzoek.