ECLI:NL:CRVB:2017:4367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en vaststelling OV-schuld wegens niet-aanvang studie
Appellante had studiefinanciering toegekend gekregen voor een opleiding tot 1 mei 2015 en vroeg vervolgens studiefinanciering aan voor een nieuwe opleiding per 1 september 2015. De minister kende studiefinanciering toe met ingang van 1 mei 2015, maar herzag dit besluit later omdat appellante geen nieuwe opleiding was gestart. Tevens werd een OV-schuld vastgesteld wegens het ten onrechte beschikken over een reisproduct.
Appellante voerde aan dat zij door een complicatie tijdens haar zwangerschap niet kon starten met de opleiding en dat zij onvoldoende geïnformeerd was over het stopzetten van het reisrecht. De minister stelde zich op het standpunt dat de complicatie geen belemmering vormde om te starten en dat de OV-schuld terecht was vastgesteld conform de wettelijke bepalingen.
De Raad oordeelde dat appellante niet stond ingeschreven voor een opleiding in het studiejaar 2015-2016 en dat de minister daarom bevoegd was tot herziening. Het medisch advies was zorgvuldig en gemotiveerd, en de wet schrijft een vaste OV-schuld voor ongeacht gebruik. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke regels of de hardheidsclausule toe te passen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van studiefinanciering en vaststelling van de OV-schuld bevestigd.