ECLI:NL:CRVB:2017:4370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek peiljaarverlegging eigen bijdrage AWBZ
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn eigen bijdrage AWBZ door het CAK, waarbij hij een verzoek tot peiljaarverlegging had ingediend vanwege gewijzigde persoonlijke omstandigheden. Het CAK wees dit verzoek af omdat appellant niet onder de zak- en kleedgeldgrens kwam, zoals bepaald in artikel 10, eerste lid, van het Bijdragebesluit zorg (Bbz).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het CAK de regels correct had toegepast, zonder rekening te houden met persoonlijke omstandigheden zoals schulden, beslag op uitkering, mantelzorg en huurbijdrage. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht niet was ingegaan op de vermeende onjuiste berekening van de eigen bijdrage en dat er ten onrechte geen rekening was gehouden met werkelijke loonheffing, eigen risico zorgverzekering en derdenbeslag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van het CAK van 18 januari 2013 rechtmatig is en niet meer kan worden aangevochten. De Raad bevestigde dat het CAK terecht de peiljaarverlegging heeft geweigerd en dat de dwingendrechtelijke aard van de regeling geen ruimte biedt voor matiging. Ook is niet gebleken dat strikte toepassing van de regelgeving in strijd is met algemene rechtsbeginselen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De eerdere proceskostenveroordeling wordt komen te vervallen omdat partijen hier geen bezwaar tegen hebben gemaakt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot peiljaarverlegging wordt bevestigd.