ECLI:NL:CRVB:2017:4390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-wonen op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand sinds 2005 en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme melding dat appellant samenwoonde op een ander adres, voerde het college onderzoek uit, waaronder een huisbezoek en een verklaring van appellant op 16 oktober 2014.
Het college trok de bijstand in per 2 oktober 2014 wegens het niet hebben van hoofdverblijf op het uitkeringsadres en het schenden van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verklaring niet betrouwbaar was vanwege zijn leeftijd, taalbeheersing en suggestieve vraagstelling.
De Raad oordeelt dat het college voldoende feitelijke grondslag heeft voor het besluit en dat de verklaring van appellant, hoewel niet ondertekend, rechtsgeldig is omdat deze op ambtseed is vastgelegd en niet is weersproken met verifieerbare gegevens. Het huisbezoek bevestigt de verklaring dat appellant niet op het uitkeringsadres verbleef.
Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand blijft in stand. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-wonen op het uitkeringsadres wordt bevestigd.