ECLI:NL:CRVB:2017:4402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-woonachtig op BRP-adres
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn studiefinanciering en de terugvordering van een bedrag van €2.247,57, omdat hij volgens de minister niet woonde op het BRP-adres tijdens een controle op 20 oktober 2015. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat hij op het BRP-adres woonde.
In hoger beroep betoogde appellant dat de controleurs niet bevoegd waren en dat hij vanaf december 2014 tot januari 2016 bij zijn broer op het BRP-adres woonde, met een eigen kamer tot de geboorte van zijn neefje. De Raad oordeelde dat de controleurs wel degelijk bevoegd waren en dat het rapport van het huisbezoek voldoende feitelijke grondslag bood voor de herziening.
De Raad vond de door appellant aangevoerde persoonlijke spullen onvoldoende herleidbaar naar hem en achtte de getuigenverklaringen onvoldoende overtuigend om het vermoeden van niet-woonachtig zijn op het BRP-adres te weerleggen. Ook het proces-verbaal van aangifte van inbraak bood geen aanwijzing voor bewoning. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van studiefinanciering wordt bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.