ECLI:NL:CRVB:2017:4431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op nabestaandenuitkering ANW wegens ontbreken verzekering en proceskostenveroordeling
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die in Nederland had gewerkt en een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was volgens de ANW, noch via Marokkaanse regelingen of vrijwillige verzekering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens schending van de hoorplicht, maar liet de rechtsgevolgen onveranderd en wees een proceskostenveroordeling af omdat geen verzoek was ingediend en geen sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand. In hoger beroep stelde appellante dat de Svb haar echtgenoot ten onrechte niet had geïnformeerd over vrijwillige verzekering en dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken.
De Raad oordeelde dat er geen rechtsplicht bestaat voor bestuursorganen om te informeren over vrijwillige verzekering, waardoor geen aanspraak op ANW-uitkering bestaat. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de proceskostenveroordeling. Gezien vaste jurisprudentie en het feit dat de gemachtigde beroepsmatig bijstand verleende, veroordeelde de Raad de Svb alsnog tot vergoeding van proceskosten van in totaal €1.980 en het griffierecht van €124. De overige onderdelen van de uitspraak werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een ANW-nabestaandenuitkering en veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten.