ECLI:NL:CRVB:2012:BV3681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot
Appellante verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die sinds 1994 in Marokko woonde en voorheen in Nederland verzekerd was. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was volgens de ANW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees ook haar verzoek om wettelijke rente af. In hoger beroep voerde appellante onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens aan.
De Raad oordeelde dat appellante geen aanspraak kan maken op de uitkering omdat de verzekering van haar echtgenoot per 1 januari 2000 is geëindigd. De Raad stelde vast dat de echtgenoot in 1999 geïnformeerd was over het einde van de verplichte verzekering en de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering, en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het vertrouwensbeginsel doen gelden.
Verder verwierp de Raad het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol, verwijzend naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering een toereikende compensatie vormt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was vanaf 1 januari 2000.